Samenvatting voorlopige resultaten slagschaduw en landschap

19 januari 2026 Matthijs Oppenhuizen

Op 15 januari 2026 was er een bijeenkomst van het informatieplatform over de slagschaduw van het windpark en het effect van het windpark op het landschap. We hebben de voorlopige onderzoeksresultaten hierover toegelicht. In dit nieuwsbericht vatten we de conclusies van het voorlopige onderzoek naar slagschaduw en landschap samen. De volgende bijeenkomst van het informatieplatform is op 12 februari 2026 en gaat over ecologie.

Bijeenkomst informatieplatform over slagschaduw en landschap
Op 15 januari 2026 was er een bijeenkomst van het informatieplatform van Windpark Oude Buurserdijk. We hebben hier de voorlopige onderzoeksresultaten naar de slagschaduw en het effect van het windpark op het landschap toegelicht. Deze voorlopige onderzoeksresultaten staan op deze website (klik daarvoor hier), zoals toegelicht in onze nieuwsbrief van 8 januari 2026

Conclusies van voorlopige onderzoeksresultaten slagschaduw
We hebben de slagschaduw van de vier alternatieven (manieren waarop de windmolens in het gebied kunnen staan) onderzocht. Deze vier alternatieven staan hier op deze website: Het windpark

Windmolens van 225 meter en 280 meter tiphoogte
Voor de afmetingen van de windmolens hanteren we een bandbreedte. De windmolens krijgen een tiphoogte van minimaal 225 meter en van maximaal 280 meter. We hebben daarom voor elk van de vier alternatieven de slagschaduw laten berekenen voor een windmolen van 225 meter tiphoogte en van 280 meter tiphoogte. Zo wordt ook per alternatief duidelijk hoeveel slagschaduw wordt veroorzaakt door een kleinere en grotere windmolen. 

Kan windpark voldoen aan concept landelijke norm voor slagschaduw?
De landelijke overheid heeft een concept landelijke norm voor slagschaduw gepubliceerd. Deze norm is nog niet van kracht. Wel hebben we gekeken of het windpark kan voldoen aan deze norm, voor het geval deze norm van kracht wordt. Volgens deze concept norm mag er onder andere per woning niet meer dan 6 uur slagschaduw per jaar en niet meer dan 20 minuten slagschaduw per dag ontstaan.

In de presentatie van 15 januari vatten we de voorlopige resultaten van het concept slagschaduwonderzoek samen. Dat zijn de volgende conclusies: 

  • Er zijn maatregelen nodig om te voldoen aan de concept landelijke norm
    In alternatief A (vijf windmolens) wordt bij het meeste aantal gevoelige objecten zoals woningen de concept norm overschreden. Ook bij de alternatieven B, C en D wordt de concept norm overschreden als we geen maatregelen nemen. Als we geen maatregelen nemen, kunnen we niet voldoen aan de concept landelijke norm. Hiervoor kan een stilstandvoorziening worden ingesteld (meer hierover staat verderop in dit nieuwsbericht).

  • Windmolens af en toe stilzetten is goed mogelijk
    De stilstandvoorziening zorgt ervoor dat de windmolens af en toe worden stilgezet om te kunnen voldoen aan bijvoorbeeld de concept landelijke norm. De windmolens moeten het vaakst stilstaan in alternatieven A en B. In alternatieven C en D hoeven de windmolens minder stil te staan om te voldoen aan de concept landelijke norm.

  • Voor alle alternatieven geldt dat de windmolens niet zo vaak moeten stilstaan dat de haalbaarheid van het windpark in gevaar komt. De windmolens moeten gemiddeld circa één procent (bij kleinere windmolens) tot circa twee procent (bij grotere windmolens) van de tijd stilstaan om aan de concept landelijke norm te kunnen voldoen. 

Stilstandvoorziening is bewezen techniek om slagschaduw te beperken
Met een stilstandvoorziening kunnen de windmolens af en toe worden stilgezet om de slagschaduw bij bijvoorbeeld woningen te beperken en te voldoen aan de norm. Deze voorziening bestaat uit apparatuur en software in de windmolens. Alle gevoelige objecten zoals woningen worden erin geprogrammeerd. Ook de baan van de zon en de posities en afmetingen van de windmolens worden geprogrammeerd. Daardoor weten de windmolens wanneer en waar hoeveel slagschaduw wordt veroorzaakt. 

Op een gegeven moment kan een woning in een jaar in totaal 6 uur en maximaal 20 minuten per dag slagschaduw hebben gehad. De stilstandvoorziening zet dan in de rest van het jaar een of meerdere windmolens stil als de slagschaduw deze woning weer kan raken. De windmolen of windmolens beginnen dan weer te draaien als de zon verder is gedraaid en de slagschaduw de woning niet meer kan raken. Met een lichtsensor wordt gemeten of er voldoende daglicht is om ook echt slagschaduw te veroorzaken. Zo is het op een bewolkte dag niet nodig om de windmolens stil te zetten.

Deze stilstandvoorziening is een bewezen techniek en wordt al jaren bij veel windparken toegepast.

Conclusies over effect op het landschap
Het effect van het windpark op het landschap is beoordeeld in de concept landschappelijke effectbeoordeling. Er is op drie schaalniveaus bekeken wat het effect op het landschap is:

  • Schaalniveau A: het plangebied en zijn ruimere omgeving (circa 2,5 km en verder rondom het plangebied)
  • Schaalniveau B: het plangebied en zijn directe omgeving (0 tot circa 2,5 km rondom het plangebied)
  • Schaalniveau C: het plangebied zelf (direct rond het plangebied of daarbinnen)

Er is gekeken hoe het windpark zich verhoudt tot beleid van de provincie en de gemeente. Verder zijn er visualisaties gemaakt van het windpark. Dit zijn visualisaties per schaalniveau (A, B en C) en voor de minimale en maximale afmetingen (225 en 280 meter tiphoogte). Deze visualisaties staan op deze website, klik daarvoor hier. Verder heeft de landschapsarchitect het gebied bezocht. Het uitgangspunt bij de beoordeling is dat de waarnemer centraal staat. 

Deze beoordeling bestaat niet uit harde cijfers, maar is het deskundigenoordeel van een landschapsarchitect.
 
In de presentatie van 15 januari vatten we de voorlopige resultaten van het concept landschapsonderzoek samen. Dat zijn de volgende conclusies: 

  • De windmolens hebben een (wisselend) negatief effect op het landschap. Het verschilt per alternatief (vier of vijf windmolens en de verschillende afmetingen) wat het effect is, al is het verschil tussen de alternatieven beperkt. Het negatieve effect op het landschap is wel het kleinst bij de kleinste windmolens binnen de bandbreedte.

  • In het algemeen is er samenhang tussen de windmolens en is het windpark herkenbaar als zelfstandige opstelling. Ook is er geen interferentie met andere hoge elementen in de omgeving.

  • Adviezen van landschapsarchitect
    De landschapsarchitect adviseert een eenduidige inrichting rondom de voet van de windmolens, met oog voor samenhang met de omgeving. Hij stelt dat meer landschapselementen rondom de windmolens daarbij kan helpen.

    Hij zegt verder dat het energieopslagsysteem een zorgvuldige inpassing vraagt. Daarvoor is een notitie opgesteld die ook op deze website staat, zie deze pagina.

    De landschapsarchitect adviseert om goed te kijken naar de posities van de windmolens. Hoe minder onregelmatigheden daartussen zitten en hoe meer de afstand tussen de verschillende windmolens hetzelfde is, hoe beter dat is. 

    Verder is er een rustiger beeld als de rode lampen op de windmolens ’s avonds en ’s nachts uitstaan. We zijn van plan om de techniek die dit mogelijk maakt toe te passen, onder voorbehoud dat we hiervoor toestemming krijgen van de luchtvaartautoriteiten.

Volgende bijeenkomst informatieplatform over ecologie
Op 12 februari 2026 is de volgende bijeenkomst van het informatieplatform. Dan staat het onderwerp ecologie op de agenda. De informatie die we met het platform delen, plaatsen we ook op onze website en we informeren u daarover via onze nieuwsbrief.